Home » Artikelen » Vuile Rouw, blog 1. Weet u het zeker?

Vuile Rouw, blog 1. Weet u het zeker?

31 december 2020

Op 1 april 2020 overleed mijn moeder, 86, plotseling en niet aan corona. Vandaag, 31 december, is dat negen maanden geleden. Maanden waarin ik werd verrast door een heftig proces. ‘Vuile Rouw’ noem ik het. Vuil, omdat ik in de relatie met mijn moeder veel niet had durven zeggen en voelen; het was mijn verdediging tegen haar narcistische persoonlijkheidsstoornis. Haar dood maakte veel los, meer dan ik had verwacht en zeker had gehoopt.

Schrijven bleek een manier om te begrijpen wat er allemaal in mij gebeurde. Ik schreef voor mezelf, niet om te delen. En nu voel ik de behoefte om dat wel te doen, om een praktijkverhaal te delen over mij, een man, die omgaat met de dood van zijn moeder, de vrouw der vrouwen in zijn leven. Mijn intentie is om een voorbeeld te zijn van een man die kwetsbaar is, die ook het schaamvolle en lelijke wil delen. Ik wil met deze blogs dichtbij komen en je uitnodigen om mee en meer te voelen, om ook in verbinding te komen met dat wat je in de schaduw hebt vastgezet. Want het is minder eng dan ik dacht en werkt zeer bevrijdend.

Het delen van deze blogs voelt kwetsbaar omdat er een kritische (moeder)stem in mij overtuigd is dat de lezer vindt dat ik als coach/therapeut beter moet weten en vooral beter moet doen. Dat je de interne vuile was nooit buiten moet hangen, dan kun je alleen maar gekwetst worden. En daarom doe ik het toch, als een stap richting de verlossing van dat eeuwige oordeel dat ik aan bepaalde voorwaarden en verwachtingen moet voldoen.

Blog één. Weet u het zeker?

‘Goedemorgen, spreek ik met de zoon van mevrouw Visser?’. ‘Ja, dat klopt.’ Het chagrijn kolkt instant tot in mijn strot. Gadverdamme, wat nu weer. Zó ontzettend geen zin in dit. ‘Oh, goedemorgen meneer Visser, u spreekt met Jenny Brink van de thuiszorg. Ik heb helaas een heel vervelend bericht voor u.’ Nee! galmt het nu door mij heen. Ik wil niet naar Gorkum, ik wil vandaag gewoon werken, thuis, een beetje niets. ‘Oh, oké, moet ze weer worden opgenomen? Of is ze al naar het ziekenhuis?’ ‘Eh, nou, nee. Ik kwam vanmorgen bij uw moeder en ik trof haar op bed aan, ze is overleden.’

Alsof het me, mijn hersenen, niet lukt om de gehoorde woorden hun betekenis toe te kennen. Alsof mijn gehoor deze zwaarte niet herkent en de woorden laat ontkomen aan het betekenisorgaan. Als reactie ontstaan er parallelle gedachtenflitsen. ‘Dat kan niet’, ‘gisteren was ik er nog’, ‘het mens vergist zich’, ‘zou het?’, en nog een keer ‘dat kan niet’. ‘Weet u het zeker?’ ‘Nou, de huisarts komt eraan, die moet het overlijden bevestigen, maar ja, meneer Visser, ik weet het wel zeker. Ik vind het heel erg voor u.’

Het ‘dat kan niet’-twijfelmantra staat op repeat in mijn hoofd en ik vraag of de huisarts mij terug wil bellen als ze er is. Dat is een adequate reactie van mij, vind ik. Ik keer weer terug in mij. Om dat te bewijzen loop ik wat rondjes om de eettafel en bel dan Hans. Mijn stem krijgt nauwelijks adem als ik Hans vertel dat mijn moeder is overleden. Hij is ook vol ongeloof, want hij is net door de regen op de fiets aangekomen bij de tandenmeneer die zijn implantaat gaat doen. Dat zijn haakse werkelijkheden. Maar Hans is Hans en herstelt zich snel en weet wat hij moet doen. Ondertussen bel ik mijn zus, krijg haar man, ze is even naar haar werk en ik blaf hem toe dat hij nu, direct naar haar toe moet gaan. Zo. Hij ontvangt van mij niet de gelegenheid om ook even niet te geloven.

Ik bel het nummer van Jenny en vraag of de huisarts er al is. Ja. ‘Uw moeder is al aardig koud’ zegt deze. Dat zijn woorden met een zwaarte die zonder omhaal wortel schieten. Ze is dood. Dan vertelt de huisarts dat mijn moeder half op het bed ligt, ze is voorover gevallen. ‘Niet een heel aangename aanblik’. De dood heeft mijn moeder ergens in de nacht overvallen. Waarschijnlijk heeft ze er bijna niets van gemerkt, een acute hartdood. Ik luister en wil dat ze blijft praten totdat Hans thuiskomt. Ik zie er tegenop om alleen te zijn met mijn meest duistere verlangen en mijn diepste angst.  Als Hans thuiskomt zie ik dat hij is geschrokken, neemt me in zijn armen en ik ben alleen maar hoofd, gedachten die alle kanten op gaan. We moeten vooral heel snel naar Gorkum, vind ik. Geen tijd te verliezen, zo voelt het.

Jenny en de huisarts moesten echt verder zeiden ze, en ze gingen. Daar had ik direct last van, dat ze mijn moeder alleen achterlieten in dat grote huis, zo voorover gevallen op dat bed. Ze hadden haar niet eens even op het bed gelegd. Dat klopt niet. Dan kom ik binnen in mijn ouderlijk huis en dan weet ik, achter die deur daar ligt ze, onfortuinlijk, dood. Ik moest kijken, uit respect voor mijn moeder, vond ik. Ik hoorde het haar zeggen ‘stel je niet zo aan, ik ben het maar’. De huisarts, Hans en mijn zus vonden het een slecht idee. Ik keek en na 2 seconden deed ik de deur weer dicht. En begon te huilen. Met geluid, iets wat me anders nooit lukt. Ik huil stil en mijn moeder huilde nooit. Stilhuilen is al een hele stap. En nu schreeuwhuil ik en zeg wel tien keer ‘Oh, wat erg. Oh wat erg’. Dat erg ging niet over haar dood, dat ging over hoe ze daar lag, zo onthutsend kwetsbaar. Ik was zo dramatisch dat Hans ook moest huilen. Dat was fijn, dan mocht ik nog even door.

De pyjamabroek, die deed het ‘m. Een ouwe, veel te wijde appeltjesgroene broek met zo’n luierkont erin door het afvallen. Mijn moeder droeg bij voorkeur versleten kleren. Bh’s met gaten erin die niets meer hielden, onderbroeken die lubberden en verwassen t shirts die zo lekker zitten. Het beeld van mijn moeder in die lullige broek zo half voorover op dat bed. Fijn dat ze niet een halve meter verder die acute hartdood had gekregen, was ze met haar gezicht op het laminaat gevallen. Nu zacht op haar bed. Net nieuw, een extra hoge, speciaal gekocht om handig uit bed te komen. Ze heeft er alleen maar over geklaagd, uiteraard. Maar, het heeft zijn functie gehad, een zachte korte stop na een lang en hard leven.

Over de artikelen

Op deze pagina staan enkele van mijn artikelen. Zijn zijn bedoeld om jou te informeren, je inspireren en te stimuleren om nog bewuster te worden van wie jij in wezen bent. Als mens en als man. Veel leesplezier.

Gerelateerde artikelen

1 Reactie

  1. Jeroen Brandjes

    Ik denk dat heel veel mensen er (al dan niet bewust) diep naar verlangen om zo open en eerlijk te kunnen zijn, maar daar te laf voor zijn. Helaas behoor ik tot die laatste groep. Ik kan heel eerlijk zijn als het me toevallig even uitkomt of in een kort moment van wanhoop, maar trek daarna altijd weer snel de muur van zwijgende oneerlijkheid op. Na het lezen van jouw goudeerlijke verhaal – waarvan ieder woord snoeihard binnenkwam – weet ik het zeker: de enige manier om de bevrijding te voelen, is om altíjd open en eerlijk te zijn. En niet alleen bij gelegenheid. Ik wil het leren, ik wil het kunnen, ik wil bevrijding. “Heeldeman” begon vandaag voor mij als “Heldenman”. Want dat bén je…

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tweet
Share
Share
Pin