Home » Artikelen » Vuile Rouw, blog 2. Dat nooit weer!

Vuile Rouw, blog 2. Dat nooit weer!

7 januari 2021

Bij het woordrijgen van dit tweede blog voelde ik de neiging opkomen om mijn moeder uit te leggen. Hoe haar narcisme eruitzag en welke strategieën ik als jochie heb ontwikkeld om haar goedkeuring te krijgen. Wat betekende, niet haar afkeuring te hoeven verdragen. Maar dan moet ik ook vertellen over mijn vader, en hun huwelijk. Ik doe het niet. Achter de neiging zit mijn bange behoefte om verantwoording af te leggen voor mijn diepduistere gevoelens, gedachten en daden. Opdat ik niet verkeerd begrepen wordt. Opdat jij me maar niet afwijst.

Blog twee. Dat nooit weer!

Zondag 15 maart, wat de valreepdag van haar leven blijkt, brengt een ambulance mijn moeder naar het ziekenhuis. Ze wordt kordaat geholpen door twee corona spacepakken en ze verzet zich niet. Mijn zus er op de fiets achteraan. Die was zo gis om nog een foto te maken van ma met die twee pakken om haar heen; dat is namelijk geestig. Die middag los ik na uren mijn uitgeputte zus af en zie mijn zwakke en bleke moeder in die haastige eerste hulp kamer. Het raakt me nauwelijks. Ik heb de koele in control regelzoon aangetrokken en ben emotioneel uitgecheckt. Druk met mezelf en mijn moeder te overtuigen dat het allemaal meevalt. Mijn zus en moeder denken namelijk dat ze diezelfde dag nog gaat overlijden. Ik niet, ik stap agressieverig op de verpleger af want waar blijft die injectie? Ik bel met mijn oom, met Hans en mijn zus, ik houd kalm op de hoogte. Ik voer haar soep. En je eet geen soep als je bijna doodgaat. ‘Je bent zo weer thuis ma.’

Van mij mag mijn moeder wel dood. Nu ik deze woorden lees voel ik voor het eerst de hardheid. Vaak spreek ik ze uit, choquerend onverschillig en met strakke kop. Een manier om mezelf en anderen weg te laten kijken van mijn kwetsbaarheid. Van de waarheid dat ik te boos, te gewond ben om haar bij leven te vergeven. Te bang ook om met haar te breken, mijn moeder en vooral mezelf daarmee echt pijn te doen. Dat ik daarom hunker naar het moment waarop ik mijn moeder niet meer hoef te verdragen. Dat ik verlost raak van het verstikkende construct en vrij kan ademen in mijn eigen leven. Haar dood blijft over als enige ontsnappingsmogelijkheid, dankzij mijn onvermogen. Waarmee ik mezelf veroordeel tot het Ultieme Verdragen, tot haar dood. Bijna 53 jaren waarin, laagje voor laagje, een woedende stilte wachtend in mij groeit.

Diezelfde zondagavond kust de dokter de waarheid en de woedende stilte in mij wakker met de woorden ‘ja, acute leukemie zou kunnen, maar wij denken eerder aan iets auto-immunerig. Het is in ieder geval zeer zorgelijk.’ Zijn woorden zijn duidelijk genoeg, en ik klamp me nog blinder vast aan de overtuiging dat ze er weer bovenop komt. Zij wel, al 86 jaar gezond en sterk. Thuis, op bank tegen Hans aan, halen de woorden ‘leukemie’ en ‘zorgelijk’ me in en voel ik de paniek in mijn hele lijf, die er de hele dag al is geweest. Het is niet een goede zoon-paniek, geconfronteerd met de mogelijke dood van zijn moeder. Het is de paniek om de wakkergekuste opening in mijn woedende stilte. De opening waardoor hoop zich een weg naar buiten wringt. De hoop dat dit het begin is van het einde.

Wat een noodtoestand ben ik geworden, binnen een dag. Het lukt me niet de hoop te keren. De hoop op bevrijding is mijn lijf binnengeslopen, in de vorm van giftige gedachten en gevoelens. Alsjeblieft, laat het zo erg zijn dat ze moet verhuizen of zo. Laat het blijvende, sleurdoorbrekende schade opleveren, iets wat alles anders maakt. Waardoor ik nooit meer terug hoef naar hoe het was. Ik kan het niet meer. Ik wil niet, nooit meer terug naar hoe het was. Mijn hele systeem zet zich schrap tegen de mogelijke teleurstelling dat dit niet het begin van het einde is. Dat is waar ik mee bezig ben. Razend in paniek ben ik.

Het beeld van mijn moeder, ongeschonden en felblikkend, als vanouds regerend vanaf haar designers sta-op-troon, doet me emotioneel braken. Want ik weet dat ik dan mak terugkeer in mijn zelfgebouwde gevangenis. En verder ga verdragen, woedender. Op de vrijdagmiddag dat mijn moeder naar huis mag schreeuw ik voor het eerst tegen haar, door de telefoon. Het lijkt me goed dat je Enrique weer van stal haalt, zegt Hans. Dit gaat niet goed zo. Enrique is mijn therapeut.

Anderhalve week nadat mijn moeder naar huis mocht is ze overleden. De middag ervoor ben ik nog bij haar geweest. Ze was echt zwak en daarom was het fijn om bij haar te zijn. Ik bleef zelfs wat langer.

Over de artikelen

Op deze pagina staan enkele van mijn artikelen. Zijn zijn bedoeld om jou te informeren, je inspireren en te stimuleren om nog bewuster te worden van wie jij in wezen bent. Als mens en als man. Veel leesplezier.

Gerelateerde artikelen

1 Reactie

  1. Jeroen Brandjes

    “Ze was echt zwak en daarom was het fijn om bij haar te zijn”… Die zin raakte me het meest. Kennelijk was voor het eerst in 53 jaar de kloof tussen twee mensen van hetzelfde vlees en bloed (althans voor 50%…) eindelijk overbrugbaar… Het verschil tussen het hooghartige, dominante, narcistische kokerdenken en het eeuwig onbegrepen, geconditioneerd lijdend, aanvaarden was EIN-DE-LIJK klein genoeg voor een sprankje gelijkwaardigheid in een mentaal krachtenveld. En ja, als het dan je eigen moeder betreft, kan ik me voorstellen dat dat (eindelijk een keertje) fijn was en je “zelfs wat langer bleef”… Wederom nietsontziend beschreven, in de best passende woorden… Het is prachtig pijnlijk, Michiel. En pijnlijk prachtig… dat óók. Dat is niet hetzelfde. Maar even goed “bevrijdend”. Liefs, Jeroen (fan)

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tweet
Share
Share
Pin