Home » Artikelen » Vuile Rouw » Vuile Rouw, blog 4. Tranen

Vuile Rouw, blog 4. Tranen

door | 27 jan, 2021 | Vuile Rouw

‘Schrijf je ook nog over het leuk en lief van je moeder?’ vraagt Hans. Vast wel, hoop ik, over het leuk. Lief was er niet. Maar ik kan daar nu nog niet bij, al herinner ik me wel. Eerst moet ik mij door de berg boos, bang en verdrietig vreten. De dag erop is er plots een momentje van missen, voor het eerst. Haar hand als een klauw vastgezet op mijn onderarm. Voor houvast en het doet een beetje pijn. En toch, ze had me nodig. Toen kwam de rollator. Nooit gedacht dat dit beeld vooraan zou staan bij niet boos, bang of verdrietig. Het is fijn, dat ik ook missen kan.

Blog vier. Tranen

Vijftien jaar lang vervloek ik de bezoekjes aan mijn moeder. Haar. Zittend op mijn plek, op de eeuwig te lage bank, schoteltje onder de stroopwafel. Haar sluipschuttersblik als ik een hap neem. Klaar voor iedere kruimel onvolmaakt. Woedend luister ik niet naar haar eenzaamheid en verbijt me zwijgend door de tijd. Het hart op de spaarstand. Ik zorg dat ik haar ogen ontwijk met die van mij, dat moet van Enrique. Anders snijdt ze me open. Mijn stomme onbeweeglijkheid is mijn levenslange straf voor haar. Beweging en geluid betekenen immers toegeven, ruimte. Haar iets geven wat van mij is en dat nooit meer. Geen kruimel, omdat minder niet lukt. Het is de bescherming van wat er nog van mij bij overblijft, bij haar.

Het is onmacht verkleedt als macht, ik weet het. Ik beklem ons in mijn wurggreep maar uiteindelijk kom ik, altijd weer. Doe ik het blinde rondje door de Albert Heijn, mijn moeder ingespannen rollatorend in mijn kielzog. Dan bij het pinapparaat. ‘Heb je het nu wel goed nageteld Chiel? De vorige keer ging het ook al mis’. Haar onwaarheid als feit onder haar wantrouwen. Mijn ziel went er niet aan, werd ieder bezoek schraalgronderiger. Na afloop rij ik langs de Starbucks voor een frappuccino. Even een zoetinfuus.

Dus nu mijn duistere moederdoodswens is vervuld, hoezo dan dit huilen? Al twee weken. Alleen opluchting is de rechtvaardige beloning voor mijn ijverig lijden, zou je toch denken. Met Enrique bezoek ik mijn verwarring en verdrietige tranen. Samen zien we kleine Michieltje zitten, gehurkt op een stoeprand. Hij is vijf jaar. Zijn mama is voor hem de prachtig Almachtige, zijn ogen, zijn alles. En hij, hij heeft zich gegeven, is met huid en al van haar. Samen zo één. Zijn verdriet in mij is ademsnakkend echt. Hij zit daar, zonder kleur gehurkt, waar ik hem heb achtergelaten. In de steek kijkt hij naar beneden. Alsof het daar gebeurt. Lang geleden al is hij de waarheid vergeten, dat omhoog kijken teveel pijn doet. Iedere keer dat ik nooit naar hem omkeek. Want ik moest door, overleven en met hem ging dat niet.

Een vergeteltijd van vijftig jaar heb ik mijn jongetje stilgezwegen. Ook eerder heb ik zijn bestaan niet herkend. Of erkend, terwijl hij van zich liet voelen. Tijdens mijn opleiding tot levenstherapeut, waar ik in mijn zachtst wordt aangeraakt en zomaar, lijkt het, stille, trage tranen huil. Tranen uit een diep verscholen bron gevuld met reeds lang gehuilde en ongevoelde tranen. Van het hurkend eenzame jongetje. Wachtend op een welkom. Ik laat ze ongestoord, deze verdichte tranen voelen helend op mijn wangen. Geen idee van het hoezo en dat is voldoende.

Maar nu, dit, is andere koek. In mijn schreeuwhuil schrikt het jongetje op vanuit zijn hurk. Hij ziet zijn mama liggen in een houding die alleen een dode kent. Hij huilt gekeeld nu zij hem nooit meer zal zien. Precies zoals hij is. In zijn opstand vult het jongetje mij, drukt mij weg. Ik kan niet meer om hem heen. Opeens vind ik mij een slechte zoon. Hard, ondankbaar, tekort geschoten. ‘Je bent een gore egoïst, Chiel, als je dat maar weet’, ik hoor het haar zeggen. Het wreedste schaam en schuld en de paniek van het nooit meer spoelen in mij aan. Zo dus voelt vertwijfeling. Hij laat me glad vergeten wat mijn volwassen, doorgetherapeute versie zo goed weet, van mijn zieke moeder die er ook niets aan kon doen. Van het gedaan wat ik kon en geen spijt.

Wandelend heldert het soms in mijn hoofd, benoem ik verbaasd het vergeten. Herhaal ik mijn waarheid, hardop. Dan voel ik me net twee onverbonden delen. Het jongetje, met ontzichte kinderogen, tastend naar houvast. Naar mamma. En ik, die haar niet mis, die de grond weer veilig vast wil onder mij. Die opgelucht door wil, nu, als het moet zonder jongetje, alweer. Terug in de hurk of zo. En ik weet, dat kan niet meer. Dat mag niet meer en ik wil het niet meer. Als ik door wil, echt door, dan met hem. Samen houvast.

‘Ik vind het helemaal niet meer leuk’ snik ik tegen Hans. ‘Nee’ zegt hij. ‘Dat is het ook niet, lief.’

Over de artikelen

Op deze pagina staan enkele van mijn artikelen. Zijn zijn bedoeld om jou te informeren, je inspireren en te stimuleren om nog bewuster te worden van wie jij in wezen bent. Als mens en als man. Veel leesplezier.

Gerelateerde artikelen

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tweet
Share
Share
Pin