Home » Artikelen » Vuile Rouw » Vuile Rouw. Blog 8. Ruik toch eens!

Vuile Rouw. Blog 8. Ruik toch eens!

door | 11 mrt, 2021 | Vuile Rouw

Nou, het was een verdrietig uurtje gister met mijn praatmeneer. Mijn blijvend belabberde belastbaarheid, daar wilde ik het over hebben. 1 april knipoogt in het verschiet en dan is het een jaar. Een vol jaar onbekwaam. Al 11 maanden verschijn ik in de nacht als übernoeste dromer. Iedere ochtend lig ik beurs bij te komen in de ochtendbranding. ‘Werken lukt maar minimaal, alsof ik ’s nachts alles nodig heb. Om te verwerken. Ik ben een beetje bang dat mijn onderbewuste iets duidelijk maakt. Dat ie meer wil dan gedroomd worden. Promotie of zo, naar het licht. Maar dat mot ik niet.’ Ik ben goud in het spreken van waarwijze woorden die ik niet voel. Hij is briljant in zwijgend mij mijn eigen woorden laten voelen. Met de nadruk op mijn beetje bang. Poeh hé.

Dan bevestigt hij ook nog even mijn vermoeden over de aanpassingsstoornis. Dat niet iedereen dat kan, zeg maar. Dat er bij mij iets diepdroefs onder huist. ‘Ik vermoed’ zegt ie ‘dat het je tot nu toe is gelukt om er naar te kijken maar er niet in te gaan. En dat gaan we hier doen.’ Ik voel dat het zo is. Dat al mijn gezwoeg nodig was om hier te komen, precies hier. Het heilige gevecht tegen mijn onveilige hechting. Om mijn midden te vinden, ergens tussen radeloos en mateloos. ‘Je hebt nooit jezelf mogen zijn, niet bij je vader en niet bij je moeder. Dan raak je verstoord. De één wordt dan boos, de ander bang en jij somber.’ Maar ik ben niet depressief, verdedig ik. Hij vindt de naam die we het geven onbelangrijk. En wijst me vrindlijk op het feit dat ik al twintig jaar peppillen slik, al is de dosis minimaal. Auw.

Eind augustus.

Bovenop de Gotthardpas moet ik er uit. Er zijn daar meertjes. Had ik gezien op Google Maps. Bergmeertjes zijn belangrijk. Het is er koud en mistig en prachtig. Stil verzonken meertjes tussen rots en gras. ‘Kijk nou, katoen!’ Kindblij wijs ik naar overal witte pluisbloemen. Hans kijkt iets meer ontsteld dan vertederd. ‘Katoen, hier? Mijn God, Chiel, iets met slaven en brandende zon? Dit is veenpluis.’ Ik vind mezelf lief en klauter blij hoger.

Het komt door de geur. De geur van eindeloze bergwandelingen met mijn ouders. ‘Och jongens, ruik toch eens!’ beval mijn moeder dan. Met gesloten ogen neussnuift ze luid de lucht op. Bijna agressief, handen in de zij. Ik snuif gehoorzaam luid mee. Daar toen is die tintelkruidgeur in mij vastgezet. De geur zwiept me naar mijn moeder. Uren wil ik hier samen met mijn emoties een beetje dwalen op deze vollege plek. Op m’n flipflops, waarvoor het te koud en te nat is. Onhandig ook. Ik geniet van de zachtheid die stil in mij groeit. Mijn hart ontspant en er komt iets dieps los, zo vanuit mijn longen. Iets tussen verdriet en verlangen. Ik herken het gevoel, als jochie. Het missen van mamma. Dat is het. En zo struin ik natogig en met een zijige christenglimlach over de Gotthard. Het hoogtepunt van mijn vakantie.

Er komen ook beelden omhoog, nu ik hier zo diep voel hoog op de berg. Een foto. Mijn moeder op haar gelukkigst, in de natuur aan de wandel. Beide benen op de grond, altijd wind en geuren en groen. Mijn uitvaartpraatjefoto. Sportief zit ze op een rots, rode boerenzakdoek, grote zonnebril en ik hang vanachteren over haar heen. We lachen. Ik adoreer mijn moeder. Daar nog wel, vol overgave. Ze was ook prachtig. Prachtig, stralend en geestig. En als ze dan aan het genieten was, hoog in de natuur, ontspande ik ook. Wij allemaal. Klimmen, springen, drinken uit beekjes, broodje eten met eindeloze uitzichten. Speuren naar een edelweiss. Hoe ik schreeuwde als ik eentje had gevonden, verstopt achter een rots. Ik herinner me dat mijn vader dan kwam kijken, en soms Marjan. Maar ik vond ze voor mijn moeder.

Terug onderweg naar Italië, waar het me maar niet lukt. Vakantie. Het is er perfect en ik sta ’s morgens schijtchagrijnig op. Hans ligt al lui aan het zwembad en ik mok mezelf in beweging. De zacht van Hans ontstekelt me, langzaam. In het water vlij ik tegen zijn zonontspannen aan en voel ik zijn onverwachting in het nu. Het is oké, ik ben oké, adem maar even uit of zo. Zo lukt het om de dagen te laten. Ik voel me lullig naar Sander en Corine, het is hun paradijs waar ik slecht slaap en galgedachten heb. Zo hoort het niet maar het lukt me niet. Ademen. Alleen thuis en op Texel lukt het. Overal anders wil ik niet zijn, echt niet. Nu niet.

Over de artikelen

Op deze pagina staan enkele van mijn artikelen. Zijn zijn bedoeld om jou te informeren, je inspireren en te stimuleren om nog bewuster te worden van wie jij in wezen bent. Als mens en als man. Veel leesplezier.

Gerelateerde artikelen

1 Reactie

  1. marjan

    tussen radeloos en mateloos, dat heb je weer mooi samengevat. Zijige Christenglimlach, hi hi. Het is weer raak beschreven. Dan raak je verstoord, voel je van alles te veel. (behalve in jouw geval van bang) Ja, onveilig gehecht is levenslang, ik hoop dat de praat meneer daar zijn licht over kan laten schijnen.
    Heb je al lavendelgeur op je kussensloop geprobeerd?
    Liefs Marjan

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tweet
Share
Share
Pin