De vier factoren die bepalen wat voor man jij wordt.

‘Within the warp of her womb our bodies are woven –flesh of her flesh. The mother is the teacher of the categories by which we will understand ourselves. Her face was our First mirror.’ (Sam Keen)

Dit artikel beschrijft de vier belangrijkste factoren die eraan kunnen bijdragen dat wij, mannen, al jong de muren om ons heen zorgvuldig opbouwen. Het zijn de meest voorkomende factoren waar een jongen mee geconfronteerd kan worden in zijn eerste levensjaren. En dus op basis waarvan hij zijn verdedigingsmechanismen opbouwt. Of een jongen dat doet, en de manier waarop, is puur individueel.

Ik hoop dat dit artikel jou nog bewuster maakt van jouw eigen ‘bouwgeschiedenis’ en dat je dankzij dit inzicht jezelf beter begrijpt. Dat maakt het wellicht mogelijk om een keer andere, voor jou gezondere, keuzes te maken die meer passen bij wie je in wezen bent. Laat de inhoud bezinken en ik nodig je uit om na te gaan op welke manieren deze vier factoren mogelijk van invloed zijn geweest op jouw jeugd. En vooral ook, op welke unieke wijze jij hebt gereageerd. Wanneer heb jij je verzet en wanneer heb jij je juist aangepast? Wat maakte je boos en wat mogelijk bang of verdrietig? Want juist in deze reacties zit veel informatie over je oorspronkelijke temperament.

Factor 1. Het proces van loskomen van de moeder

Het loskomen van de moeder is voor ieder kind een belangrijk, complex en kwetsbaar proces. Het loskomen start ergens in het tweede levensjaar, een tijd waarvan de meesten van ons niets bewust herinneren. Deze vroege ontwikkelingsfase gaat over het verbreken van de natuurlijke symbiotische relatie met de moeder, met wie je tot nu toe één bent geweest. Het is daarmee het proces van het ontdekken van een eigen individualiteit; dat je moeder en jij niet dezelfde zijn maar dat jij een individu bent, los van je moeder.

Voor een jongen betekent dit ook de eerste kennismaking met het feit dat hij van het mannelijk geslacht is, en daarmee anders dan zijn moeder. Tot die tijd was hij nog onbekend met zijn ‘anders zijn’ aangezien zijn enige referentiekader de moeder, een vrouw was. In deze periode weet en voelt hij ergens dat hij anders is dan zijn moeder, dan vrouwelijk. Hij is echter nog volkomen onwetend over wie hij dan wel is. In deze fase zoekt een jongetje bevestiging in wat en wie hij dan wel is. Voor de vorming van een gezonde mannelijke identiteit zijn in deze periode twee zaken cruciaal. Ten eerste een liefdevolle en stimulerende reactie van de moeder op het feit dat haar kindje zich van haar los wil maken. Ten tweede de fysieke en emotionele aanwezigheid van een vader met wie het jongetje zich kan identificeren.

Ook voor een moeder kan het een pijnlijke ervaring zijn dat haar zoontje, na een hele periode waarin zij alles voor hem was, nu op zoek gaat naar iets anders. Als de moeder zich niet bewust is van het belang van deze fase en vooral reageert door het kindje bij zich te willen houden, of juist door het te snel té los te laten, wordt dit proces verstoort. Er kan dan verwarring ontstaan in het jongetje dat in vrijheid en veiligheid aan het ontdekken is wie hij is, los van zijn moeder. De kans bestaat dan dat een jongetje dan een gedeeltelijk onecht zelfbeeld ontwikkeld, omdat hij in het proces onveiligheid voelt en zich gaat aanpassen.

Ook in onze tijd is het ‘traditionele huisouden’, waarin de moeder meer tijd doorbrengt met het kind dan de vader, dominant. Dan bestaat het risico dat een jongetje, in zijn natuurlijke behoefte om zich los te maken van de moeder, een man – en zelfbeeld ontwikkelt dat primair gebaseerd is op ‘niet vrouwelijk zijn’. In onze westerse maatschappij komt ‘niet vrouwelijk’ vooral neer op gedrag dat tegenovergesteld is aan je kwetsbaar opstellen, je positieve en vooral je negatieve gevoelens en emoties onderdrukken, hier niet over praten en lichamelijk niet affectief zijn.

Juist vanwege deze precaire fase nemen, of namen, ze in veel stamgemeenschappen het loskomen van de jongen van de moeder zeer serieus. Jongens worden gedurende een bepaalde periode bij hun moeder, meisjes en andere vrouwen weggehaald om exclusief bij de mannen te zijn, om zo hun mannelijke identiteit te vormen. Sommige ontwikkelingspsychologen benoemen het ontbreken van een dergelijk initiatieproces in de ontwikkeling van jongen naar man in onze samenleving als één van de belangrijkste oorzaken voor veel van de identificatieproblemen waar mannen mee kampen. In ieder geval blijkt uit onderzoek dat het onthechtingproces mogelijk minder verstoord wordt als de jongens thuis een mannelijk rolmodel hebben waartoe ze zich kunnen verhouden. Dit is echter vaak niet het geval, en dit vormt de tweede belangrijke factor voor het bouwen van onze verdediging.

Factor 2: Afwezige vaders

Tijdens en na de pijnlijke scheiding van de moeder is het van belang dat de jongen zich kan identificeren met zijn vader, en andere mannelijke exemplaren. Op deze manier kunnen jongens een gezonde mannelijke identiteit vormen. Samen met pappa spelen, stoeien, knuffelen, samen op pad gaan, dat zijn belangrijke ervaringen voor een jongetje in deze tijd. Echter, sinds de Industriële Revolutie en tot voor zeer recent is de vader vaak fysiek en emotioneel afwezig in de jeugd. Dat vaders zich de laatste jaren meer en meer bewust worden van hun positie, en hun toenemende behoefte aan een meer gelijkwaardige rol met de moeder in de opvoeding, is een zeer positieve en belangrijke trendbreuk. Een grote betrokkenheid van vaders bij de opvoeding van zonen heeft een positieve invloed op de verbale kwaliteiten, het gevoel van invloed op het eigen leven en de visie op de rol van een vader en een moeder.

Uit onderzoek echter blijkt dat deze betrokkenheid toch nog weinig voorkomt, zeker voor de meeste mannen die nu 30 jaar en ouder zijn werd de opvoeding nog grotendeels overgelaten aan de moeders en de juffen. Voor deze leeftijdscategorie geldt dat er in de jeugd minder sprake was van langdurige contacten tussen vaders en zoons waardoor de zoon nauwelijks een voorbeeld had van hoe een man zou moeten zijn en wat hij moet doen. Het voorbeeld dat ze wel hadden hielp niet in het bouwen van een stevige mannelijke identiteit. Amerikaans onderzoek heeft zelfs het verband gelegd tussen de fysieke en emotionele afwezigheid van vaders en de psychische problemen die tot uiting komen in jeugdcriminaliteit en verslavingen bij jongens.

Factor 3: de mannelijke code

Wat de afwezigheid van een vaderfiguur extra problematisch maakt is het diepgewortelde beeld over mannelijkheid in onze cultuur. Hieraan spiegelt de jongen zich én het vormt zijn referentiekader voor zijn verdedigingsmechanismen. Dit beeld van mannelijkheid is en wordt sterk beïnvloed door onze nog steeds overwegend patriarchale maatschappijvorm. Onbewust is mannelijkheid onder invloed van het patriarchaat een soort code geworden. Mannelijkheid wordt volgens deze code gedefinieerd aan de hand van termen als: agressief, dominant, competitief, zelfvoorzienend, avontuur -en risico zoekend, emotioneel beheerst en: het vermijden van iedere mogelijke associatie van zichzelf met ‘vrouwelijk’.

Uiteraard vertonen lang niet alle mannen dergelijk stereotype gedrag. Sterker nog, veel mannen verzetten zich hier juist tegen. Maar ook uit het verzet tegen dit stereotype beeld van de man blijkt de dominantie ervan. En daarmee is het toch weer dít stereotype beeld van de man waar de jongen zich toe moet verhouden in zijn ontwikkeling naar man. Onder invloed van de heersende mores leren vaders, moeders en ‘peers’ de jongen al heel vroeg om te voldoen aan dit beeld en daarmee om, in ieder geval gedeeltelijk, zijn natuurlijke gevoelens en emoties te onderdrukken. Dat deze code zeer diepgeworteld is in onze maatschappij blijkt iedere dag weer. Als voorbeelden noem ik de slogan van een recente Amstel-reclame: ‘Vrienden hoeven hun gevoelens voor elkaar toch helemaal niet uit te spreken. Zeg het met een vaasje’ en de kritische geluiden tijdens de Olympische Spelen over het feit dat twee mannelijke zwemmers elkaar, huilend van blijdschap, langdurig omhelsden.

Het is een interessant experiment om, in alle brute eerlijkheid en zonder oordeel, voor jezelf na te gaan wat voor jou typisch mannelijk is en wat vrouwelijk. En in hoeverre jij je gedrag hieraan aanpast om te bewijzen dat je geen vrouw bent.

Factor 4: de mannelijke hersenen

Uit hersenonderzoek blijkt dat het langdurig onderdrukken van emoties zich weerspiegelt in de veranderende architectuur van onze hersencircuits. Onze hersenen maken dus bepaalde verbindingen juist niet meer, en andere juist wel, als gevolg van dit onderdrukken. Dit is des te schrijnender als je weet dat jongens als baby emotioneler zijn dan meisjes. En dat de mannelijke hersenen, sterker dan de vrouwelijke, erop gericht zijn om snelle oplossingen te vinden met als doel het ontwijken van pijnlijke gevoelens.

De combinatie van het, vanuit de wens om te voldoen aan de mannelijke ‘code’, onnatuurlijk onderdrukken van emoties en het natuurlijk ontwijken van pijnlijke gevoelens verklaart waarom mannen vaak hoge en dikke muren om zich heen hebben gebouwd. Muren waarvan ze zichzelf soms niet eens bewust zijn omdat ze zich volledig hebben geïdentificeerd met deze muren. De muren verklaren ook waarom een man niet snel hulp zal vragen als hij een probleem ervaart. Hij heeft de neiging om problemen voor zich te houden en probeert het eerst zelf op te lossen, uit angst voor zijn eigen kwetsbaarheid. Deze weerstand om toe te geven aan de eigen kwetsbaarheid is dan ook een belangrijke reden dat maar weinig mannen hulp zoeken in de vorm van een coach of therapeut. En het verklaart wellicht ook de veelgehoorde klacht van vrouwen dat mannen niet goed kunnen luisteren en altijd direct met hun adviezen en oplossingen klaar staan.

In een volgend artikel zal ik voorbeelden uit mijn praktijk en mijn eigen leven delen om meer beeld te krijgen van de mogelijke impact van de vier factoren. Lees hier de vier tips om meer in contact te komen met je gevoel!